Instrumentendatabank

De instrumentendatabank biedt een overzicht van ruim 200 instrumenten die gebruikt worden binnen de forensische psychiatrie. In de instrumentendatabank wordt ieder instrument kort beschreven en informatie gegeven over het type instrument, de validiteit en betrouwbaarheid, de afnameduur, de belangrijkste literatuurbronnen en waar het instrument te verkrijgen/downloaden is.

Naam Type instrument Omschrijving
15 woordentest Neuropsychologische test De 15-Woorden Test (15WT; Saan & Deelman, 1986) is een korte test voor het meten van de retentie van auditief materiaal voor een langere periode. Bij de 15Wt worden 15 woorden opgelezen die moeten worden onthouden en gereproduceerd. De taak wordt eerst vier maal herhaald; na 15-20 minuten wordt de taak nogmaals herhaald (delayed recall).De 15WT bestaat uit twee versies, de 15WT A en 15 WT B. De 15WT A bestaat uit 15 woorden die gemakkelijk een visueel beeld oproepen (image vorm). De 15WT B bestaat uit 15 woorden, die moeilijk een visueel beeld oproepen (no-image vorm). Beide vormen bestaan uit woorden die niet gemakkelijk met elkaar geassociëerd worden. De 15WT A en 15WT B moeten beide worden afgenomen. Via het afspelen van een cassetteband of het voorlezen door de proefleider worden 15 woorden aangeboden. De testnemer moet zoveel mogelijk woorden opnoemen. Dit wordt viermaal herhaald. Na 15-20 minuten moet de testnemer nogmaals de woorden opnoemen (delayed recall). Iedere keer worden de goede, foute, dubbele en herhaalde woorden gescoord en per categorie bij elkaar opgeteld. Er is een normering gemaakt voor de maten 'totaal aantal goed', 'totaal aantal goed bij recall' en 'fouten', rekening houdend met leeftijd en opleiding. Via een regressieformule wordt gekeken in hoeverre iemand beter of slechter scoort dan de voorspelde waarde.
AASI Impliciete maat Er zijn twee tests (nog niet vertaald in het Nederlands) die gebruik maken van visual reaction time (VRT); de AASI (Abel Assessment of Sexual Interest) en de Affinity. De AASI (Abel, 1997) biedt een groot aantal afbeeldingen van personen variërend in geslacht en leeftijd aan. Men meet vervolgens hoe lang de betrokkene elk van de plaatjes op het scherm heeft staan, alvorens door te klikken naar het volgende plaatje. De rationale achter de methode is dat personen geneigd zouden zijn langer te kijken naar plaatjes van personen die beantwoorden aan hun seksuele voorkeur. Om de betrokkene af te leiden van de bedoeling van de test en hem toch naar het plaatje in kwestie te laten kijken vraagt men deze de leeftijd van de getoonde persoon te schatten (een instructie die overigens kan interfereren met de meting van de bedoelde variabele). De AASI combineert het VRT-gedeelte met een (Engelse) vragenlijst die de neiging tot ontkenning van seksuele delicten in kaart brengt. Bij de AASI worden de testgegevens via internet opgestuurd naar de maker van de test, die vervolgens de resultaten terugstuurt. Dat heeft als nadeel dat men per afname betaalt en testinformatie aan derden verstrekt. Beide VRT-methoden hebben als voordeel dat ze relatief goedkoop zijn en er geen of nauwelijks ethische bezwaren aan kleven. Daar staat tegenover dat ‘bezig zijn met een plaatje’ niet hetzelfde is als VRT, en ook niet als seksuele belangstelling. Ook is de methode gevoelig voor manipulatie doordat men een reactie kan onderdrukken of veinzen. Deze methode zou vooral bruikbaar zijn om een deviante voorkeur voor kinderen te bepalen, maar niet voor geweld.
ABCL Assessment – Observatie/Scorelijst De Adult Behavior Checklist for Ages 18-59 (ABCL; Achenbach & Rescorla, 2003) vervangt de YABCL. Met de ABCL kunnen informanten, bijvoorbeeld een ouder of partner informatie geven over een volwassene. De ABCL heeft meer probleemvragen en is nu geschikt voor mensen van 18-59 jaar. De ABCL omvat profielen met schalen voor vaardigheden, empirisch gebaseerde syndromen, middelengebruik, internaliseren, externaliseren en totale problemen. Daarnaast omvat de ABCL profielen met DSM-schalen, die uit vragen bestaan waarvan experts de overeenkomst beoordeelden met de DSM-IV classificatie. De schalen voor empirisch gebaseerde syndromen zijn: angstig/depressief, teruggetrokken, lichamelijke problemen, denkproblemen, aandachtsproblemen, agressief gedrag, normafwijkend gedrag en intrusief. De DSM-schalen zijn depressieve problemen, angstproblemen, lichamelijke problemen, ontwijkende persoonlijkheidsproblemen, aandachtstekort/hyperactiveit¬problemen en antisociale persoonlijkheidsproblemen.
ACUTE Actuarieel dynamisch risicotaxatie-instrument De ACUTE is het verder ontwikkelde acute, dynamische gedeelte van de SONAR. Het instrument bestaat uit zeven acute, dynamische items. Als de totaalscore boven een bepaalde waarde komt, is dat een alarmsignaal. Onmiddellijk ingrijpen valt dan aan te raden. De items van de ACUTE zijn relatief gemakkelijk te scoren en het instrument is bedoeld om bij elk contact met de pleger af te nemen. De coderingsregels van de ACUTE-2007 zijn beschikbaar (Hanson et al., 2007a). Aan een Nederlandse vertaling wordt gewerkt.
ADL Assessment Een Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen-vragenlijst (ADL-vragenlijst) gaat na in hoeverre iemand in staat is de handelingen te verrichten die mensen dagelijks moeten doen. Het begrip ADL wordt vooral in de zorg gebruikt om te bepalen in hoeverre iemand zelfredzaam is. Een veel gebruikte ADL-vragenlijst is de Katz ADL-index (Katz et al., 1963). De Katz ADL-index bestaat uit 6 items die betrekking hebben op persoonlijke ADL-items. Deze items zijn: baden, aankleden, toiletgebruik, verplaatsing, continentie en eten. De beoordeling van de test gebeurt door middel van een spreidingsscore van 0 tot 10. De cliënten scoren ja (afhankelijk, 0) of nee (onafhankelijk, 1) op de 6 verschillende items. Er is een hiërarchische gradatie bij het toekennen van de punten op de test. De gradatie gaat van A (onafhankelijk) tot G (afhankelijk). Een totale score van 6 houdt in dat de cliënt volledig zelfstandig is, een totale score van 4 houdt in dat de cliënt een gematigde stoornis heeft en scoort men in totaal 2 of minder punten dan betekent het dat de cliënt een ernstige functionele stoornis heeft. De Katz expanded (extended) ADL Index (KE-ADL) is een variant van de Katz ADL Index, die de onafhankelijkheid in persoonlijke- en in instrumentele ADL onderzoekt De items die wel behandeld worden behandeld in deze uitgebreide versie zijn: Persoonlijke ADL items: o Eten o Baden o Aankleden o Continentie o Toiletgebruik o Verplaatsing Instrumentele ADL items volgens de aangepaste (extended) vorm: o Winkelen o Koken o Binnen schoonmaken o Buiten transport De items die niet behandeld worden in dit meetinstrument zijn: • Het hanteren van hulpmiddelen • Seksuele activiteit • Slaap/rust • Loopmogelijkheden
ADP-IV Assessment/Diagnostiek De Assessment of Personality Diagnostic Questionnaire DSM-IV versie (ADP-IV) is in het Nederlands vertaald door Schotte en De Doncker (1994). Het instrument kent 94 items die de DSM-IV criteria voor de twaalf persoonlijkheidsstoornissen representeren (Schotte & De Doncker, 2000). Elk item wordt op twee vlakken beoordeeld: een trait score en een distress score. De trait score meet de aanwezigheid van het criterium aan de hand van een 7-puntsschaal. De distress score gaat na of de eigenschap degene of anderen last heeft berokkend en geeft dat aan op een 3-puntsschaal. Met deze twee beoordelingen worden zowel dimensionale schalen verkregen, als een categoriale diagnostische evaluatie. Het gebruik van de ADP-IV in forensische settings wordt afgeraden aangezien geen schalen aanwezig zijn die de antwoordattitudes meten (Federaal-wetenschapsbeleid, 2007).
ADS Multi-dimensioneel assessment-instrument De Anger Disorder Scale (ADS, Nederlandse versie; De Ruiter & Hildebrand, 2009) wordt gebruikt voor het identificeren en in kaart brengen van factoren van disfunctionele boosheid in 5 dimensies; provocaties, opwinding, cognities, motieven, gedragingen. Het instrument heeft 18 domeinen en 74 items.
Affinity Impliciete maat Het andere beschikbare instrument dat gebruik maakt van visual reaction time (VRT) is de Affinity (Glasgow, Croxen & Osborne, 2003). Evenals bij de AASI biedt de Affinity een groot aantal afbeeldingen van personen variërend in geslacht en leeftijd aan. De onderzochte geeft aan hoe seksueel aantrekkelijk hij de afgebeelde persoon vindt. Gemeten wordt weer hoe lang men met de verschillende plaatjes bezig is. Deze tijd zou een indicatie geven van de voorkeur van de onderzochte, terwijl de discrepantie tussen kijktijd en aangegeven aantrekkelijkheid zou aangeven in hoeverre hij deze voorkeur probeert te verdoezelen. De Affinity bevat geen vragenlijst en is dus gemakkelijker in Nederland te gebruiken. Ook hoeft men de testresultaten niet op te sturen. Beide VRT-methoden hebben als voordeel dat ze relatief goedkoop zijn en er geen of nauwelijks ethische bezwaren aan kleven. Daar staat tegenover dat ‘bezig zijn met een plaatje’ niet hetzelfde is als VRT, en ook niet als seksuele belangstelling. Ook is de methode gevoelig voor manipulatie doordat men een reactie kan onderdrukken of veinzen. Deze methode zou vooral bruikbaar zijn om een deviante voorkeur voor kin-deren te bepalen, maar niet voor geweld.
AIS Assessment De Athens Insomia Schaal (AIS; Soldatos et al., 2000) evalueert de kwaliteit van de nachtrust of slaap (Bruckers, 2004). Daarnaast beoordeelt dit instrument ook de weerslag van de nachtrust op het gevoel van welbehagen, op het lichamelijk en geestelijk functioneren en op de slaperigheid of sufheid overdag. Een score van 6 of meer op een totaal van 27 is indicatief voor een diagnose van slaapeloosheid, een score beneden 4 betekent dat de persoon geen last heeft van slaapstoornissen en een score tussen 4 en 6 wijst op lichte slaapstoornissen.
ALCOS-12 Competentievragenlijst De algemene competentieschaal-12 (ALCOS-12; Bosscher et al., 1997) bestaat uit drie subschalen en 16 items. De drie subschalen zijn: doorzetten bij tegenslag, initiatief nemen en competentie. Mensen met een hoge score hebben minder last van (psychische) klachten, gaan op een actieve wijze om met problemen en hebben een positiever zelfbeeld. De ALCOS is de Nederlandse versie van de General Self-Efficacy Scale (GSES; Sherer et al., 1982).
ANT Neuropsychologische test Met de Amsterdamse Neurologische Taken (ANT; De Sonneville, 1996) wordt een gestandaardiseerde en systematische evaluatie gemaakt van de basale processen die ten grondslag liggen aan de uitvoering van complexe cognitieve processen. Momenteel omvat de ANT 38 taken voor het onderzoek van neuropsychologische functies van kleuters, kinderen, adolescenten, volwassenen en ouderen. Domeinen van onderzoek zijn: gerichte, verdeelde en volgehouden aandacht; werkgeheugenprocessen; executieve en psychomotore functies; gezichts- en emotieherkenning; hoofdrekenen.
AQ Zelfrapportagevragenlijst Aggression questionnaire (AQ; Buss & Perry, 1992). Voor de Nederlandstalige versie zie: Agressie Vragenlijst (AVL).
ARMIDILO Risicotaxatie-instrument De Assessment of Risk and Manageability for Individuals with Developmental and Intellectual Limitations who Offend (ARMIDILO; Boer, Tough & Haaven, 2007) wordt gebruikt voor het inschatten van het risico op seksueel geweld. De ARMIDILO is deels gebaseerd op twee lijsten van Hanson en Harris: de STABLE en de SONAR. De ARMIDILO bevat klinische items voor zowel de omgeving als de cliënt, meer langer durende risicofactoren (bijvoorbeeld impulsiviteit) en onmiddellijk om aandacht vragende risicofactoren (bijvoorbeeld wegvallen van steunfiguur voor cliënt). Doelgroep: Forensisch, klinisch, specifiek ontwikkeld voor verstandelijk beperkten. Methode: Gestructureerd professioneel oordeel
ASI Assessment - gestructureerd diagnostisch interview. De Addiction Severity Index (ASI; McLellan et al., 1980) verschaft diagnostische informatie vóór, tijdens en na de behandeling over problemen met alcohol en drugs. Daarnaast kan men met de ASI veranderingen op dit punt in kaart brengen. Er is nu een vijfde editie met zeven thema’s: lichamelijke gezondheid, tewerkstelling (arbeid, opleiding en inkomen), alcohol- en drugsgebruik, geschiedenis met politie en justitie, familiale en sociale relaties en psychische, emotionele klachten. De ASI meet duur van de symptomen over de gehele levensloop en over de laatste 30 dagen. In 1994 is de Nederlandse versie van de EuropASI (de Europese versie) verschenen (Blanken et al., 1996).
ASP-NV Gedragsobservatie-instrument De Atascadero Skills Profile-Nederlandse Versie (ASP-NV; Schuringa, Bokern, Pieters & Spreen, 2006) is een gedragsobservatie-instrument voor behandelaren dat het niveau van functioneren van een patiënt op tien vaardigheidsdomeinen in kaart brengt, vastlegt en veranderingen op de vaardigheidsdomeinen inzichtelijk weergeeft. Het gaat om domeinen die forensisch psychiatrisch relevant worden geacht. Dit instrument is geschikt voor individuele behandelevaluatie, maar ook voor onder andere risicotaxatie, behandelplanning en bijstelling van de behandeling. Met de ASP-NV kan een gestructureerd oordeel over het gedrag van de patiënt gegeven worden. In tegenstelling tot de oorspronkelijke ASP-methode waarin gebruikgemaakt wordt van consensusscores, is voor de ASP-NV gekozen voor onafhankelijke scores van de afzonderlijke beoordelaars. Om met behulp van deze onafhankelijke scores de eventuele voortgang van een individuele patiënt vast te kunnen stellen is er voor de ASP-NV een specifieke statistische methode ontwikkeld . Deze methode houdt in dat voor de formele vaststelling van een verandering in vaardigheden van de patiënt de scores van de beoordelaars beoordeeld worden op een tweetal aspecten. Het eerste aspect is een statistische methode die ‘de mate van verandering’ toetst (behandelevaluatie). Het tweede aspect is de psychometrische kwaliteit van de gegeven scores voor een individuele patiënt (mate van overeenstemming en mate van consistentie). Beide aspecten van de scores worden zowel per item als per domein bekeken en leveren gespreksonderwerpen op voor een multidisciplinaire bespreking. De scores van de patiënt worden dan vergeleken met scores van de patiënt op een eerder tijdstip waarbij de eerdere metingen als baseline dienen. Deze benadering is ontwikkeld in het kader van het onderzoek ‘N=1 statistiek voor behandelevaluatie’ (Bartels et al., 2008).
ASQ Ouderrapportage De Ages & Stages Questionnaires (ASQ; Bricker & Squires, 1999) beoogt kinderen tussen 4 en 60 maanden oud te screenen op ontwikkelingsachterstand. De vragenlijsten variëren naargelang de leeftijd van het kind, en bevragen vijf basis ontwikkelingsdimensies: (1) Communicatie; (2) Grove motoriek; (3) Fijne motoriek; (4) Probleemoplossing en (5) Persoonlijk-sociaal functioneren. Zorgfiguren kunnen de 30 goed geïllustreerde items aan de hand van hun observaties makkelijk in 10 tot 15 minuten invullen.
ASR Zelfrapportagevragenlijst De Zelf in te Vullen Vragenlijst voor Volwassenen van 18-59 jaar (Adult Self-Report Form; Achenbach & Rescorla, 2003) is een vervangende vragenlijst voor de YASR (Young ASR). De ASR heeft meer probleemvragen en is nu geschikt voor personen van 18-59 jaar. De ASR omvat profielen met schalen voor vaardigheden, empirisch gebaseerde syndromen, middelengebruik, Internaliseren, Externaliseren en Totale Problemen. Daarnaast omvat de ASR profielen met DSM-schalen, die uit vragen bestaan waarvan experts de overeenkomst beoordeelden met de DSM-IV classificatie. De schalen voor empirisch gebaseerde syndromen zijn: Angstig/Depressief, Teruggetrokken, Lichamelijke Problemen, Denkproblemen, Aandachtsproblemen, Agressief Gedrag, Normafwijkend Gedrag en Intrusief. De DSM-schalen zijn Depressieve Problemen, Angstproblemen, Lichamelijke Problemen, Ontwijkende Persoonlijkheidsproblemen, Aandachtstekort/Hyperactiveitproblemen, Antisociale Persoonlijkheidsproblemen. Het ADM-programma hanteert Amerikaanse normen voor de ASR. Momenteel is de ontwikkeling van multiculturele normen gaande. Achenbach, T. M., & Rescorla, L. A. (2003). Manual for the ASEBA Adult Forms & Profiles. Burlington, Vermont: University of Vermont, Research Center for Children, Youth, & Families.
ATL Assessment De Adolescenten Temperamentlijst (ATL; Feij & Kuiper, 1984) wordt gebruikt om temperamentseigenschappen in kaart te brengen. De persoonlijkheidseigenschappen extraversie, emotionaliteit, impulsiviteit, en spanningsbehoefte onderscheiden naar spanningsbehoefte en ontremming. Inhoudelijk gaat de lijst in op autoriteitsproblemen, studie- en relatieproblemen, vroegtijdige onderkenning van verslaving.
AUDIT Screening De Alcohol Use Disorders Identification Test (AUDIT; Babor et al., 2001) is ontworpen door de World Health Organization (WHO) om personen met riskante en schadelijke patronen van alcoholgebruik te identificeren. De AUDIT is in het Nederlands vertaald en als module Q4 binnen de MATE opgenomen (Schippers en Broekman, 2010). Engelse versie is beschikbaar via: http://whqlibdoc.who.int/hq/2001/WHO_MSD_MSB_01.6a.pdf.
AUS/DUS Assessment – door de clinicus gescoorde vragenlijst. De Alcohol Use Scale en de Drug Use Scale zijn twee vijfpuntsschalen die dienst doen als classificatiesystemen voor de clinici om individuen met ernstige psychische problemen te categoriseren volgens het niveau van ernst van middelenmisbruik. De resultaten komen overeen met de DSM-IV categorieën. De clinicus zelf beoordeelt het individu op basis van alle beschikbare informatie (o.a. gedragsobservaties, zelfrapportage, informatie van familie- of anderen) die in de laatste zes maanden werd verzameld.
AVL Zelfrapportagevragenlijst De Agressie Vragenlijst (AVL; Meesters, Muris, Bosma, Schouten & Beuving, 1996) is een Nederlandse versie van Buss & Perry’s Aggression Questionnaire (1992). De vragenlijst bestaat uit 29 items en meet verschillende vormen van agressief gedrag, namelijk: fysieke agressie, verbale agressie, woede en vijandigheid. Meesters en collega's vonden dat bij de Nederlandse versie drie items moesten vervallen, wilde er sprake zijn van dezelfde vierfactoren structuur als bij Buss & Perry (1992).
AVVB Assessment/Classificatie De Adaptieve Vragenlijst Verstandelijke Beperking (AVVB; Jonker, Kruisdijk, Goedhard & Nijman, 2016) is een relatief nieuwe vragenlijst, bestaande uit 63 items verdeeld over vijf schalen, waarmee beoogd wordt het adaptief functioneren van mensen met een licht verstandelijke beperking te meten. De AVVB werd samengesteld door experts op het gebied van mensen met een LVB op basis van de classificatiecriteria in de DSM-5 en klinische ervaring met de doelgroep en was daarnaast geïnspireerd op eerder verschenen vragenlijsten, zoals de Sociale RedZaamheidsschaal-P en de Vineland Adaptive Behavior Scale. De vijf subschalen van de AVVB brengen de volgende domeinen in kaart, waarbij de antwoorden op een glijdende 5-puntsschalen, lopend van 1 (voert de vaardigheid niet uit, ook niet met hulp) tot en met 5 (voert de vaardigheid geheel zelfstandig uit, zonder hulp), worden gescoord: 1) (Basale) zelfzorg en hygiëne (7 items) 2) Het vermogen om een huishouden te runnen (8 items) 3) Overig zelfstandig functioneren (20 items) 4) Deelname sociaal verkeer (18 items) 5) Executieve functies: inhibitievermogen, gevolgen overzien & plannen en organiseren (10 items).
B-SAFER Risicotaxatie-instrument De Brief Spousal Assault Form for the Evaluation of Risk (B-SAFER; Kropp et al., 2005) is een instrument voor het inschatten van het risico op huiselijk geweld. De B-SAFER bevat 10 risicofactoren die onderverdeeld zijn in twee secties. Sectie I bevat vijf risicofactoren die gerelateerd zijn aan het verleden van de dader wat betreft relationeel geweld (ernstig lichamelijk/seksueel geweld, gewelddadige dreigementen of gedachten, escalatie, schending van voorwaarden of toezicht, negatieve opvattingen over huiselijk geweld), en sectie II bevat vijf risicofactoren die gerelateerd zijn aan de daders geschiedenis van psychologisch en sociaal functioneren (andere ernstige delicten, relatieproblemen, problemen m.b.t. werk en/of financiën, middelenmisbruik, psychische stoornis). Deze risicofactoren worden gescoord voor het afgelopen jaar en voor het verleden (langer dan een jaar geleden). De items worden gescoord op een driepuntsschaal. (bron: De Ruiter, 2011) Doelgroep: Forensisch, niet-forensisch, huiselijk/relationeel geweld, ambulant, klinisch Methode: Gestructureerd professioneel oordeel Er is een voorlopige Nederlandse vertaling (De Ruiter, 2007), ontwikkeld voor de reclassering. Zie ook: http://www.svg.nl/uploaded/downloads/factsheet_b_safer_voor_opdrachtgevers_3ro.PDF
BADS Neuropsychologische test De Behavioural Assessment of Dysexecutive Syndrome (BADS; Wilson et al., 1996) is een testbatterij die een aantal (executieve) functies meet die te maken hebben met het functioneren van de frontaal kwab zoals planning en organisatie, concentratie, en probleemoplossend vermogen. De BADS voorspelt problemen in het dagelijks functioneren, voortkomend uit het ‘dysexecutive syndrome’ (plannings- en organisatiestoornis). De totaalscore van de BADS is een weerspiegeling van de mate waarin een onderzochte efficiënt kan functioneren in het dagelijks leven.
BAI Zelfrapportagevragenlijst De Beck Anxiety Inventory (BAI; Beck & Steer, 1990; Nederlandse vertaling; Emmelkamp, 2003) is een vragenlijst bestaande uit 21 vragen, die gebruikt wordt om de mate van angst te bepalen. De vragen hebben betrekking op de gevoelens gedurende de afgelopen week (doofheid en tinteling, zweten (niet door warmte) en gevoelens van angst dat er erge dingen gaan gebeuren). Het instrument is ontwikkeld voor 17-80 jarigen. Op iedere vraag kan met een score van 0-3 geantwoord worden. NOT AT ALL (0 points) MILDLY: It did not bother me much. (1 point) MODERATELY: It was very unpleasant, but I could stand it. (2 points) SEVERELY: I could barely stand it. (3 points)