Instrumentendatabank

De instrumentendatabank biedt een overzicht van ruim 200 instrumenten die gebruikt worden binnen de forensische psychiatrie. In de instrumentendatabank wordt ieder instrument kort beschreven en informatie gegeven over het type instrument, de validiteit en betrouwbaarheid, de afnameduur, de belangrijkste literatuurbronnen en waar het instrument te verkrijgen/ downloaden is.

COTAN-beoordelingen

Indien voorhanden, is bij instrumenten de link naar de COTAN-beoordeling opgenomen. Om de COTAN-beoordeling van een instrument te kunnen inzien, dien je in te loggen als COTAN-abonnee. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om individuele beoordelingen aan te schaffen zonder abonnement. Veel universiteitsbibliotheken bieden toegang tot COTAN-informatie aan studenten en medewerkers. Zie voor meer informatie over de COTAN: https://psynip.nl/cotan/.

Naam Categorie Omschrijving
ABCL Beoordelingsschalen en Observatie De Adult Behavior Checklist (ABCL; Achenbach & Rescorla, 2003) is bedoeld voor het vaststellen van vaardigheden, emotionele problemen en gedragsproblemen van volwassenen. De ABCL wordt ingevuld door iemand die de volwassene goed kent, bijvoorbeeld een ouder of partner. De ABCL is geschikt voor mensen van 18-59 jaar. De ABCL omvat onder meer schalen voor verschillende probleemgebieden, adaptief functioneren, empirisch gebaseerde syndromen. Ook omvat de ABCL profielen met DSM-schalen, die uit vragen bestaan waarvan experts de overeenkomst beoordeelden met de DSM-5 classificatie. De schalen voor empirisch gebaseerde syndromen zijn: angstig/depressief, teruggetrokken, lichamelijke klachten, denkproblemen, aandachtsproblemen, agressief gedrag, regelovertredend gedrag, intrusief, internaliseren, externaliseren, totale problemen en kritieke items. De DSM-5 schalen zijn depressieve problemen, angstproblemen, somatische problemen, ontwijkende persoonlijkheidsproblemen, andachtstekort/hyperactiviteitsproblemen, aandachtstekort, hyperactiviteit/impulsiviteit, antisociale persoonlijkheidsproblemen. Achenbach, T. M., & Rescorla, L. A. (2003). Manual for the ASEBA Adult Forms & Profiles. Burlington, Vermont: University of Vermont, Research Center for Children, Youth, & Families.
ASP-NV Beoordelingsschalen en Observatie De Atascadero Skills Profile-Nederlandse Versie (ASP-NV; Schuringa, Bokern, Pieters & Spreen, 2006) is een gedragsobservatie-instrument voor behandelaren dat het niveau van functioneren van een patiënt op tien vaardigheidsdomeinen in kaart brengt, vastlegt en veranderingen op de vaardigheidsdomeinen inzichtelijk weergeeft. Het gaat om domeinen die forensisch psychiatrisch relevant worden geacht. Dit instrument is geschikt voor individuele behandelevaluatie, maar ook voor onder andere risicotaxatie, behandelplanning en bijstelling van de behandeling. Met de ASP-NV kan een gestructureerd oordeel over het gedrag van de patiënt gegeven worden. In tegenstelling tot de oorspronkelijke ASP-methode waarin gebruikgemaakt wordt van consensusscores, is voor de ASP-NV gekozen voor onafhankelijke scores van de afzonderlijke beoordelaars. Om met behulp van deze onafhankelijke scores de eventuele voortgang van een individuele patiënt vast te kunnen stellen is er voor de ASP-NV een specifieke statistische methode ontwikkeld . Deze methode houdt in dat voor de formele vaststelling van een verandering in vaardigheden van de patiënt de scores van de beoordelaars beoordeeld worden op een tweetal aspecten. Het eerste aspect is een statistische methode die ‘de mate van verandering’ toetst (behandelevaluatie). Het tweede aspect is de psychometrische kwaliteit van de gegeven scores voor een individuele patiënt (mate van overeenstemming en mate van consistentie). Beide aspecten van de scores worden zowel per item als per domein bekeken en leveren gespreksonderwerpen op voor een multidisciplinaire bespreking. De scores van de patiënt worden dan vergeleken met scores van de patiënt op een eerder tijdstip waarbij de eerdere metingen als baseline dienen. Deze benadering is ontwikkeld in het kader van het onderzoek ‘N=1 statistiek voor behandelevaluatie’ (Bartels et al., 2008).
Best-Index Beoordelingsschalen en Observatie De Behavioural Status Index (BEST-index, Nederlandse versie; Van Erven, 1999) bestaat uit zes subschalen (risico, inzicht, communicatie, ontspanning, zorg en empathie). Een positieve score op elk van deze subschalen geeft een indicatie van de mogelijkheden die iemand heeft om in een sociale omgeving redelijk te functioneren. De zes subschalen bestaan momenteel uit 150 items, onderverdeeld in 25 factoren. Onderzoek moet uitwijzen of de BEST-index met minder items toekan. De BEST-index kan bijdragen aan het objectiever weergeven van gedrag, vooral in verpleegkundige rapportages.
FIOS Beoordelingsschalen en Observatie De Forensic Inpatient Observation Scale (FIOS; Timmerman, Vastenburg, & Emmelkamp, 2001) is ontwikkeld omdat er een groot gebrek is aan geschikte, betrouwbare en valide observatieschalen voor forensische psychiatrische patiënten. De FIOS heeft zes schalen die worden verondersteld belangrijke aspecten te meten in de behandeling van forensische psychiatrische patiënten: (1) zelfverzorging, (2) sociaal gedrag, (3) oppositioneel gedrag, (4) inzicht in eigen delictgedrag, (5) verbale vaardigheden en (6) psychische klachten.
IFBE Beoordelingsschalen en Observatie Het Instrument voor Forensische Behandel Evaluatie (IFBE; Schuringa, 2010) bestaat uit de veertien klinische items van de HKT-R (zie https://kennisdatabank.efp.nl/instrumenten/hkt-r) en acht forensische behandel items. De IFBE is een gedragsobservatie instrument dat onafhankelijk van elkaar ingevuld wordt door het gehele behandelteam van een patiënt. Op deze manier wordt informatie van de diverse behandeldisciplines over verschillende forensisch behandelinhoudelijke items van een patiënt in kaart gebracht. Deze informatie wordt besproken in de multidisciplinaire bijeenkomsten. De items worden gescoord op een 17-puntsschaal. De IFBE laat het huidig functioneren van de patiënt zien, de overeenstemming tussen de verschillende disciplines en klinische en statistische veranderingen. Door de bredere antwoordschaal kunnen veranderingen in gedrag nauwkeuriger vastgesteld worden en daarom is de IFBE geschikt voor gebruik bij behandelplanbesprekingen of behandelevaluatie momenten. Er is ook een zelfrapportage versie van de IFBE ontwikkeld; de IFBE-Z. Zie voor meer informatie over de IFBE: https://www.vanmesdag.nl/niAe9OzHKU-x2JO03A57HQ/TW4xvBca2ENSZYBwBXk9Pg/VwjpS1eIj2dUGZqI7RbY9KJw/IFBE%20voor%20professionals%20januari%202015.pdf.
MOAS+ Beoordelingsschalen en Observatie De Modified Overt Aggression Scale (MOAS; Kay, Wolkenfeld & Murrill, 1988; Nederlandse versie, Buitelaar et al., 2001) is een verbeterde versie van de OAS. De MOAS is ontworpen als een beschrijvend instrument om accuraat en betrouwbaar de verschillende vormen van agressie te meten zoals die voorkomen in een psychiatrisch ziekenhuis. De MOAS kent dezelfde vier categorieën van agressief gedrag als de OAS: verbale agressie, fysieke agressie tegen voorwerpen, fysieke agressie tegen zichzelf en fysieke agressie tegen anderen. Elke categorie van agressie bevat vier vermeldingen die toenemen in hevigheid. De MOAS dient na elk incident te worden ingevuld door de afdelingspsycholoog op basis van de totale informatie afkomstig van persoonlijke informatie, dagelijkse ‘rondes’, afdelingsrapportages en -overdrachten en andere onderhandelingen met de afdelingsstaf.
OSAG Beoordelingsschalen en Observatie De Observatie Schaal voor Agressief gedrag (OSAG; Hornsveld, 2006) is bedoeld voor de evaluatie van klinische behandelprogramma’s die zich richten op afname van agressief gedrag en op toename van sociaal competent gedrag. De OSAG lijkt een veelbelovend instrument voor het observeren van agressief en sociaal gedrag bij klinische forensisch psychiatrische patiënten met een antisociale persoonlijkheidsstoornis. De OSAG bestaat uit veertig items en omvat de subschalen irritatie/boosheid, angst/somberheid, agressief gedrag, aanleiding, sanctie en sociaal gedrag. De afdelingsstaf vult de schaal in op basis van het gedrag in de voorafgaande week. Voor invulling van de OSAG is een gebruikers-vriendelijk computerprogramma ontwikkeld.
SDAS Beoordelingsschalen en Observatie De Social Dysfunction and Aggression Scale (SDAS; Wistedt et al., 1990, Nederlandse vertaling; Van der Werf, 1997) meet de mate van agressiviteit van patiënten. De SDAS is ontwikkeld in 1990 als schaal voor gebruik binnen klinische afdelingen met middellange tot lange gemiddelde verblijfsduur en voor alle psychiatrische patiënten. Het is een gedrags-observatieschaal waarmee niet zozeer afzonderlijke agressieve-incidenten, maar de mate van agressiviteit over een beoordelingsperiode van een week in kaart worden gebracht. Er zijn 11 items, waarvan twee items naar binnengerichte agressie meten en negen items naar buitengerichte agressie meten. Doelgroep: Forensisch, niet-forensisch, klinisch, ambulant, algemeen geweld Methode: Actuarieel
SOAS-R Beoordelingsschalen en Observatie De Staff Observation Aggression Scale Revised (SOAS-R; Nijman et al., 1999) is een agressieregistratie-instrument die de aard, ernst en frequentie van incidenten in kaart brengt. Het meet verbaal, fysiek en destructief agressief gedrag bij patiënten in een intramurale setting. De SOAS-R is een Nederlandse versie van de SOAS, waaraan enkele items over agressie tegen zichzelf zijn toegevoegd. Zo is aan de rubriek Doelwit van de agressie ‘patiënt zelf’ toegevoegd en aan de rubriek Maatregelen om de agressie te stoppen ‘separatie (deur op slot)’, ‘fixatie’ en ‘andere maatregelen’ toegevoegd. Doelgroep: Forensisch, niet-forensisch, klinisch, ambulant, algemeen geweld. Er is een speciale versie voor de verstandelijk gehandicaptenzorg. Methode: Actuarieel
STM-lijst Beoordelingsschalen en Observatie De Observatielijst voor SocioTherapeutisch Medewerkers (STM-lijst; Brand & Nijman, 2007) beoogt onder andere sociale vaardigheden, coöperatie, zelfredzaamheid en copingvaardigheden van forensisch psychiatrische patiënten te meten. Brand & Nijman (2007) onderzochten deze lijst voor sociotherapeuten of groepsleiders op grond van metingen verricht in het voormalige Meijersinstituut, een instituut voor TBS-selectie, n = 556 en in FPC De Kijvelanden, n = 100.