De instrumentendatabank biedt een overzicht van ruim 200 instrumenten die gebruikt worden binnen de forensische psychiatrie. Per instrument wordt het doel, de doelgroep, de materialen en de toepassing beschreven. Ook lees je waar het instrument beschikbaar is en of het is beoordeeld door de COTAN. Er wordt doorlopend aan de databank gewerkt om de inhoudelijke informatie aan te vullen en de bruikbaarheid van de instrumentendatabank te optimaliseren. Voor vragen en/of opmerkingen over de instrumentendatabank kunt u contact opnemen met instrumentendatabank@efp.nl
Indien voorhanden, is bij instrumenten de link naar de COTAN-beoordeling opgenomen. Om de COTAN-beoordeling van een instrument te kunnen inzien, dien je in te loggen als COTAN-abonnee. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om individuele beoordelingen aan te schaffen zonder abonnement. Veel universiteitsbibliotheken bieden toegang tot COTAN-informatie aan studenten en medewerkers. Zie voor meer informatie over de COTAN: https://psynip.nl/cotan/.
| Naam | Categorie | Doel | |
|---|---|---|---|
| STATIC-99R/STATIC-2002(R) | Risicotaxatie | De STATIC‑99R/STATIC-2002(R) is een gestructureerd risicotaxatie-instrument gericht op het inschatten van het lange termijn recidiverisico. | |
| StiP-5.1 | Diagnostiek | Het Semi-gestructureerde Interview voor Persoonlijkheidsfunctioneren DSM-5 (StiP-5.1) is een instrument bedoeld om de ernst van persoonlijkheidsproblematiek in kaart te brengen. De STiP-5.1 werd ontwikkeld om de ernst van functioneren op elk van de 12 facetten afzonderlijk in te schatten. Het instrument is bedoeld om ingezet te worden in het kader van een intake of diagnostisch onderzoek, wanneer het de bedoeling is om een systematische inschatting te maken van de ernst van de persoonlijkheidspathologie. | |
| Stroop Kleur-Woord Test | Neuropsychologie | De Stroop Kleur-Woord Test geeft een maat voor interferentiegevoeligheid. Gekeken wordt of de cliënt een dominant, verbale respons kan onderdrukken. De test geeft hiernaast informatie over de selectieve aandacht en in hoeverre deze kan worden volgehouden. In de rapportage wordt de interferentiescore gebruikt om de aandacht te beschrijven. | |
| SumID-Q | Screening | Met de Substance use and misuse in Intellectual Disability Questionnaire (SumID-Q) kan systematisch het gesprek over middelengebruik worden aangegaan bij mensen met een lichte verstandelijke beperking (LVB). Het instrument is geschikt om af te nemen op indicatie, maar is ook bedoeld voor het systematisch screenen van alle cliënten die in zorg zijn. | |
| SVR-20 | Risicotaxatie | De in Canada ontwikkelde Sexual Violence Risk-20 (SVR-20) is een instrument voor zedendelinquenten dat werkt volgens de methode van het gestructureerde klinische oordeel. Het gebruik van dit instrument is sinds 2004 verplicht bij de beoordeling van verlofaanvragen bij TBS-patiënten. | |
| TCI en VTCI | Persoonlijkheid en Zelfrapportage | De Temperament and Character Inventory (TCI) brengt persoonlijkheidsaspecten, temperament en karakter in kaart. Er is ook een kortere versie van de vragenlijst beschikbaar, de Verkorte Temperament en Karakter Vragenlijst (VTCI). Deze vragenlijst meet enkel de hoofdschalen van de TCI. | |
| TMS-F | Zelfrapportage | Met de Therapie Motivatie Schalen (TMS-F), een zelfrapportagevragenlijst, wordt informatie verkregen over de motivatie van de patiënt en zijn inzet voor de behandeling op basis van zes cognitieve en emotionele factoren. Deze factoren zijn: probleembesef, lijdensdruk, subjectieve justitiële druk, subjectieve prijs van de behandeling, subjectieve geschiktheid van de behandeling en succesverwachting. Er zijn twee instrumenten om behandelmotivatie in de ambulante setting te meten: de TMS-F en de Beoordelingslijst Inzet voor de Behandeling (BIB): https://kennisdatabank.efp.nl/instrumenten/bib. | |
| ToM test en ToM test-R | Beoordelingsschalen en Diagnostiek | De Theory of Mind test (ToM test; Steerneman et al., 2000) meet perceptie en imitatie, emotieherkenning, doen-alsof, onderkennen van verschil tussen mentale en fysische wereld, denken over iets (first order beliefs), denken over denken (second order beliefs) en bedrog en misleiding (false beliefs) en humor. Er zijn normen voor kinderen met en zonder ontwikkelingsstoornissen. Voor meer informatie zie ook: http://www.nji.nl/eCache/DEF/1/23/643.dWl0Z2VicmVpZD0x.html | |
| Tower of London | Neuropsychologie | De Tower of London (TOL) onderzoekt het probleemoplossend vermogen. Het instrument kan gebruikt worden voor het vaststellen van een planningsstoornis of planningsprobleem. | |
| Trailmaking test | Neuropsychologie | De Trailmaking Test (TMT), onderdeel van de Reitan-Halstead batterij, is een visuele zoektaak, waarbij snelheid van eenvoudige visuele informatieverwerking en cognitieve flexibiliteit en aandacht gemeten worden (vermogen tot conceptshifting en verdeelde aandachtsfunctie). | |
| TRF | Beoordelingsschalen | De Teachers-Report-Form ((C-)TRF) is een gestandaardiseerd meetinstrument waarmee het gedrag en de emotionele problemen van kinderen en jongeren kunnen worden beoordeeld. Het doel van het instrument is het verkrijgen van een beeld van het gedrag van het kind of jongere. | |
| TriPM | Zelfrapportage en Diagnostiek | De Triarchic Psychopathy Measure (TriPM) is de nieuwste maat voor het diagnosticeren van psychopathie. Het wordt vaak gebruikt in onderzoek en klinische settings om psychopatische trekken te meten bij zowel algemene als forensische populaties. | |
| TS-LVB | Zelfrapportage en Screening | Met de Trauma Screener voor Licht Verstandelijk Beperkte volwassenen (TS-LVB) kan nagegaan worden of vervolgonderzoek naar een posttraumatische stressstoornis (PTSS) nodig is. | |
| TSQ | Zelfrapportage en Screening | De Trauma Screening Questionnaire (TSQ) screent op symptomen van PTSS. | |
| UCL | Zelfrapportage | Het doel van de Utrechtse Copinglijst (UCL) is het vaststellen van het karakteristieke copinggedrag bij confrontatie met problemen of aanpassingvereisende gebeurtenissen. Als basis voor de ontwikkeling van een Nederlandstalige copinglijst werd de classificatie van copinggedrag van genomen. | |
| VABS/Vineland-Z | Diagnostiek | De Vineland Adaptive Behavior Scales (VABS) brengt adaptief gedrag in kaart op vier domeinen: Communicatie, Dagelijkse Vaardigheden, Socialisatie en Motoriek. Doel van de Vineland-Z is een beeld te krijgen van de sociale redzaamheid van kinderen en jongeren met een verstandelijke beperking (bv. LVB). De Vineland-Z is een vertaling en sterke inkorting van de Vineland Adaptive Behavior Scales (VABS). | |
| VKP | Screening | De Vragenlijst voor Kenmerken van de Persoonlijheid (VKP) wordt gebruikt voor het screenen van persoonlijkheidsstoornissen volgens de classificatiesystemen DSM IV/ICD 10. | |
| VKP-5 | Screening | De Vragenlijst voor Kenmerken van de Persoonlijkheid-5 (VKP-5) wordt gebruikt om te screenen op persoonlijkheidsstoornissen volgens het classificatiesysteem van de DSM-5. De VKP-5 is de opvolger van de VKP. De VKP was gebaseerd op de DSM-IV en ICD-10. Door de korte afnameduur is de VKP-5 een uitermate geschikt screeningsinstrument voor de selectie van cliënten die voor het meer tijdrovende (en dus kostbaarder) IPDE-interview in aanmerking komen. | |
| VRAG | Risicotaxatie | De Violence Risk Appraisal Guide (VRAG) is een Amerikaans-Canadees risicotaxatie-instrument, bestaand uit 12 statische items en ontwikkeld door Harris. Het instrument wordt gebruikt om het risico op (seksueel) gewelddadig gedrag bij individuen te beoordelen. De PCL-R-score is één van de 12 items van het instrument. Er is een Nederlandse versie beschikbaar, maar dit is een ongepubliceerd intern document. | |
| Waagschaal | Risicotaxatie | De Waagschaal (Van Horn et al., 2007, 2008) is een gestructureerd klinisch risicotaxatie-instrument voor ambulante forensisch psychiatrische instellingen, bestaande uit (delen van) diverse andere risicotaxatie-instrumenten, waaronder de Static-99, SVR-20 en SONAR. De Waagschaal bevat zowel statische als dynamische items. De inhoud van de items varieert van relatief eenvoudig vast te stellen feiten tot veel moeilijker vast te stellen aangelegenheden die een klinisch oordeel vergen. Het recidiverisico loopt van ‘laag’, ‘laag - matig’, ‘matig’, ‘matig - hoog’ tot ‘hoog’. Op grond van toetsing in de poliklinische behandelpraktijk is de Waagschaal geschikt bevonden voor afname in heel professionele ambulante settings. De Waagschaal is sinds januari 2006 als standaard risicotaxatie-instrument in gebruik in acht vestigingen van De Waag. | |
| WAIS-IV-NL | Intelligentie | De Wechsler Adult Intelligence Scale-IV (WAIS-IV-NL) is een instrument waarmee de algemene intelligentie kan worden bepaald. | |
| WASI | Intelligentie | De Wechsler Abbreviated Scale of Intelligence (WASI) is de verkorte vorm van WAIS-III-NL. De WASI wordt slechts aangeraden als screeningsinstrument voor het onderscheid tussen een zwakbegaafd en een (laag)gemiddeld begaafd niveau van intellectueel functioneren. | |
| WCST | Neuropsychologie | De Wisconsin Card Sorting Test (WCST) is een neuropsychologische test waarmee stoornissen in de cognitieve flexibiliteit worden opgespoord. De test is vooral gericht op het vermogen om tijdens een cognitieve taak van doel te wisselen (task-switching), bijvoorbeeld het switchen van sorteren op kleur, naar sorteren op vorm. Er is ook een korte versie: de M-WCST. | |
| WISC-V-NL | Intelligentie | De Wechsler Intelligence Scale for Children - Fifth edition - Nederlandstalige bewerking (WISC-V-NL) is een algemene intelligentietest. | |
| WISPI-IV | Zelfrapportage | De Wisconsin Personality Disorders Inventory (WISPI-IV) is een screener die enerzijds gebaseerd is op de DSM-categorieën van As-II en anderzijds ook op het persoonlijkheidsstoornissenmodel “Structural Analysis of Social Behavior”. De Wisconsin Personality Disorders Inventory-IV (WISPI-IV) is een zelfrapportage-instrument dat is ontworpen om persoonlijkheidsstoornissen volgens de DSM-IV te meten vanuit een interpersoonlijk perspectief. |